Heerser

Pogacar

Hij reed
en ’t peloton was hem soepel kleed
aan ’t ranke lijf

de ijle vluchten spatten uit elkander
en gele sterren strandden als een wonder
in chasse patate.

Hij reed
en weg brak aan zijn wrakend wiel
en tijd verkromp voor zijn verbeten zucht

koers was enkel vlokken geel tricot

Hij vrat, de kannibaal
en ros van carbon trok splijtend spoor
door franse streek,
hij had verslonden.

Hij won
coureur en patron beide
en heersend stond in ritmisch cadans
over de werveldans van wielen
de stugge kuif van de schalkse knaap.